In de prehistorie bracht Bart Voorbergen (Rijnsaterwoude, 1978) samen met zijn vader, moeder, broer en zus vrijwel iedere zomer een bezoek aan de grotten van Lascaux. Of eigenlijk aan de replica, want het origineel is gesloten voor publiek. Éénmaal verdwaalde Bart in de replica. Hij was drie uur spoorloos tot hij werd geretourneerd door drie Brabantse toeristen die hem in het bos boven de grotten uit een spelonk hadden zien klimmen. Bart gaf hartstochtelijke beschrijvingen van wandtekeningen die hij al dolend had aanschouwd. Wandtekeningen die volgens zowel de Franse gids als de Nederlandse brochure niet in de grotten voorkwamen.

In een poging nauwkeuriger woorden te vinden voor zijn impressies ging Bart Nederlandse Taal- en Letterkunde studeren. Dat was maar eventjes. Woorden en beelden vloeiden in elkaar over. Hij vervolgde zijn studie aan de Academie voor Beeldende Vorming in Amsterdam. Hij leerde er onder meer te tekenen.

Ten slotte vond hij een derde middel om zijn indrukken mee vorm te geven. Onder de noemer de man & de vos zocht hij samen met Jasper de Bruin naar de verhalende en poëtische mogelijkheden van film. Absurd, surreëel en vervreemdend zijn veel gehoorde termen in de beschrijvingen van hun films.

Gefilmd, getekend en geschreven. Ergens tussen echt en nep, poëzie en verhaal. Bart wil over de plekken vertellen waar de meeste gidsen niet komen. En waar te weinig brochures over bestaan.